Storingen in het elektrische systeem van bovenloopkranen: oorzaken, probleemoplossing en reparatiehandleiding

Datum: 2 juni 2026

Inhoudsopgave

Storingen in het elektrische systeem van bovenloopkranen behoren tot de belangrijkste oorzaken van stilstand van kranen in productiebedrijven, magazijnen, staalfabrieken en zware industriële complexen. In vergelijking met mechanische storingen zijn elektrische storingen vaak moeilijker te diagnosticeren, omdat de symptomen misleidend kunnen zijn.

Een motor die bijvoorbeeld niet start, kan worden veroorzaakt door een doorgebrande contactor, een defecte eindschakelaar, een doorgebrande zekering, een te lage voedingsspanning of simpelweg een losse elektrische verbinding. Ook oververhitting, abnormale trillingen, vonken en intermitterende uitval duiden vaak op dieperliggende problemen in het elektrische systeem van de kraan.

De meest voorkomende bovenloopkraan Storingen in het elektrische systeem omvatten onder andere oververhitting van de motor, schade aan contactoren en relais, defecten aan elektromagneten, storingen in het besturingscircuit, defecten aan eindschakelaars en problemen met de stroomvoorziening.

Deze handleiding legt uit hoe u storingen in het elektrische systeem van een bovenloopkraan kunt opsporen, verhelpen en repareren met behulp van een systematische diagnostische aanpak – van inspectie op componentniveau tot volledige analyse van het besturingscircuit.

Deel 1: Veelvoorkomende soorten storingen in het elektrische systeem van bovenloopkranen

1. Storingen aan wisselstroommotoren

1.1 De gehele motor raakt gelijkmatig oververhit

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
De duty cycle (JC%) is verhoogd, wat overbelasting veroorzaakt.Verminder de belasting van de kraan of vervang de motor door een motor met een nominale waarde voor de daadwerkelijke JC%.
Werken bij lage spanningStop de werking als de spanning onder de nominale waarde zakt.
Onjuiste motorkeuze voor de toepassing.Selecteer de juiste motor op basis van de werkelijke belastingseigenschappen.
Wijzigingen na het onderhoud hebben de prestatieparameters van de kraan veranderd.Herstel de oorspronkelijke ontwerpparameters

1.2 Plaatselijke oververhitting van de stator

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Lokale kortsluiting tussen de siliciumstalen lamellen van de stator.Elimineer de oorzaak van de kortsluiting; breng isolerende lak aan op het gerepareerde gebied.

1.3 Plaatselijke oververhitting van de statorwikkeling

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Bedradingsfout in driehoek/ster (Δ/Y).Controleer en corrigeer de bedradingsconfiguratie.
Twee punten in één fasewikkeling kortgesloten met de behuizing.Repareer de defecte fasewikkeling.

1.4 Rotortemperatuur stijgt, stator trekt hoge stroom, motor bereikt niet het volledige toerental bij nominale belasting

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Slecht contact bij de wikkelingsaansluitingen, het neutrale punt of de parallelle wikkelingen.Inspecteer en repareer soldeerverbindingen.
Slecht contact tussen wikkeling en sleepringControleer en repareer de aansluitingen.
Slecht contact in het borstelmechanismeControleer en stel de borstels af.
Slecht contact in het rotorcircuitControleer op losse verbindingen of slecht contact; test de weerstand en vervang het onderdeel indien er een onderbreking is.

1.5 Motortrillingen tijdens gebruik

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Motoras en reductieas niet concentrischAssen opnieuw uitlijnen
Lagerschade of slijtageLager vervangen
RotorvervormingInspecteer en repareer de rotor.

1.6 Abnormaal geluid tijdens gebruik

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Faseverschuiving van de stator (bedradingsfout)Controleer en corrigeer de bedrading.
De statorkern is niet strak samengeperst.Inspecteer de stator en voer de reparatie uit.
LagerslijtageLager vervangen
Slot wig expansieSnijd het uitgezette wiggedeelte af of vervang het.

1.7 Motorsnelheid daalt onder belasting

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Kortsluiting bij de aansluitingen aan het rotoruiteinde.Lokaliseer en verhelp de kortsluiting.
Rotorwikkeling op twee punten geaardControleer elke spoel en repareer beschadigde isolatie.

1.8 Wrijving van de rotor tegen de stator tijdens gebruik

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Lager versleten, einddeksel verkeerd uitgelijnd, stator- of rotorkern vervormd.Vervang het defecte lager; corrigeer de positie van de eindkap; verwijder bramen van de stator/rotorkern
Onjuiste aansluitingen van de statorwikkeling veroorzaken magnetische onbalans.Controleer en corrigeer de spoelaansluitingen; controleer of de stroom in elke fase gelijk is.

1.9 Vonkvorming bij borstels of verbrande slipringen

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Slecht geplaatste borstelsBorstels opnieuw plaatsen door te slijpen
De borstels zitten te los in de houders.Pas de borstel aan of vervang hem door de juiste maat.
Vuile borstels en glijringenReinig de schuifringen met alcohol.
Oneffen oppervlak van de glijring waardoor de borstel terugveertMachinaal bewerken en polijsten van het sleepringoppervlak
Onvoldoende borsteldrukStel in op 18–20 kPa
Onjuiste borstelkwaliteitVervang door de juiste specificatie.
Ongelijkmatige stroomverdeling over de borstelsControleer de aansluitingen van de borstelhouder en corrigeer deze.

1.10 Onderbreking van de sleepring

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Sleepring en borstelassemblage vervuildMaak grondig schoon

2. Storingen aan wisselstroom-elektromagneten

2.1 Oververhitting van de spoel

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Elektromagneet overbelast (te hoge veerkracht)Stel de veerspanning af.
Er bestaat een opening tussen de vaste en bewegende delen van een magnetisch circuit.Elimineer de kloof
De spoelspanning komt niet overeen met de voedingsspanning.Vervang de spoel of verander de aansluitmethode.

2.2 Overmatig gezoem/lawaai tijdens gebruik

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Elektromagneet overbelastStel de veerspanning af.
Vuil op de werkoppervlakken van magnetische circuitsMaak grondig schoon
Magnetisch systeem verkeerd uitgelijndRemmechanische onderdelen afstellen, uitlijnfouten corrigeren.

2.3 Niet in staat de veerkracht te overwinnen

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Elektromagneet overbelast / Hoofdveer te sterkStel de veerspanning van de hoofdremveer af.
Lage voedingsspanningSchakel de werking uit totdat de spanning is hersteld.

3. Storingen aan wisselstroomcontactoren en -relais

3.1 Oververhitting van de spoel

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Spoel overbelastVerminder de beweegbare contactdruk ten opzichte van het vaste contact.
Het bewegende deel van het magnetische circuit bereikt het vaste deel niet.Verwijder eventuele verkeerde uitlijning, blokkering en vuil; vervang de spoel indien beschadigd.

3.2 Overmatig zoemen van de contactor

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Spoel overbelastVerlaag de contactdruk
Vuil op de oppervlakken van magnetische circuitsSchone oppervlakken
Blokkering in het zelfregelende systeem van het magnetische padVerwijder obstakel

3.3 Contactoververhitting of verbranding/vernietiging

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Onvoldoende contactdrukDruk aanpassen
Vuile contactenReinigen of vervangen

3.4 Hoofdcontactor schakelt niet in

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Messchakelaar of noodschakelaar niet geslotenSchakelaars sluiten
Luik-/toegangsdeurschakelaar openDeurschakelaar sluiten
De controllerhendel staat niet in de nulpositie.Keer de hendel terug naar nul
Zekering van het regelcircuit doorgebrandControleer of vervang de zekering.
Geen spanning op de lijnControleer de netspanning.

3.5 Frequente uitschakeling tijdens kraanwerkzaamheden

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Onvoldoende contactdrukPas de contactdruk aan.
Contacten verbrandVervang de contacten of slijp ze bij en repareer ze.
Vuile contactenSchoon
Overbelasting waardoor een te hoge stroomsterkte ontstaat.Verminder de belasting
Slecht contact tussen stroomafnemer en stroomgeleider.Reparatie van rails of kabelgoten

4. Storingen aan de hydraulische elektromagneet (stuwraket)

4.1 De duwstang beweegt niet na het inschakelen

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Duwstang vastgelopenVerwijder obstakel
Voedingsspanning lager dan 85% van het nominale vermogenVerhoog de spanning tot het nominale niveau.
Tijdvertragingsrelais (op ZLO-siliciumgelijkrichter) te kort ingesteldStel de tijd in op ongeveer 0,5 s.
Gelijkrichter werkt nietRepareren of vervangen
Gelijkrichterunit beschadigdRepareren of vervangen
Tijdrelais, normaal open contact sluit nietInspectie en reparatie van contact
Geen olie of ernstige olielekkageRepareer afdichtingen, vul olie bij

4.2 Stoterstangslag te kort

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Onvoldoende olieOlie bijvullen
Lucht opgesloten tussen de zuiger en het lager.Perslucht
Slagfrequentie te laagPas de slagfrequentie op de juiste manier aan.

4.3 De slagfrequentie neemt na de operatie geleidelijk af.

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
CilinderolielekkageCilinder vervangen
De klepschijf van het tandwieltype of de klepschijf met bewegende kern sluit niet goed af.Verwijder mechanische onzuiverheden van de klepschijven.
Afdichtring ernstig beschadigdVervang de afdichtring.

4.4 Opstarttijd te lang

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Spanning te laagVerhoog de spanning
Bewegende onderdelen vastgelopenVerwijder obstakel
Het remkoppel is te hoog ingesteld.Stel het remkoppel in op de nominale waarde.

4.5 Remtijd te lang

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Het contact van het tijdrelais gaat niet open.Inspectie en reparatie van contact
Bewegende onderdelen vastgelopenVerwijder obstakel
Oliekanaal geblokkeerdMaak de oliedoorgang vrij.
Mechanische storing in het remsysteemMechanische storing repareren

Deel 2: Storingen in het besturings- en circuitsysteem

1. Beveiligingsschakelaar gesloten → Zekering van het regelcircuit doorgebrand

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Fase-naar-aarde-fout in het stuurcircuitGebruik een megohmmeter om de geaarde fase te lokaliseren en uit te sluiten.

2. Overstroomrelais wordt geactiveerd wanneer de controller wordt ingeschakeld.

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
De relaisinstelling voor de motor is onjuist.Instelling aanpassen: I_set = (2,25–2,5) × I_rated
Mechanische transmissie vastgelopen, waardoor de motor overbelast raakte.Lokaliseer en verwijder mechanische obstakels.

3. Hoofdcontactor inschakelt → Inkomende lijnzekering doorslaat

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Fase-naar-aarde-fout op die faseLokaliseer en verhelp aardfouten

4. Controller ingeschakeld, maar motor draait niet.

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Eén fase open — motor bromtLokaliseer de breuk en herstel de verbinding.
Rotorcircuit openLokaliseer de breuk en herstel de verbinding.
Geen spanning op de lijnLokaliseer de breuk en herstel de verbinding.
De contactpunten van de controller maken geen daadwerkelijk contact.Inspecteer en repareer de controller.
Fout in de borstel van de verzamelaarInspecteer en repareer de collector
Remstoring — komt niet losRemmen inspecteren en repareren

Snelle controle: Als de motor zoemt maar niet draait, is er bijna altijd sprake van een eenfasige storing. Controleer eerst de voeding en de bedrading van het rotorcircuit.

5. Controller ingeschakeld → Motor draait slechts in één richting

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Slechte contacten in de omgekeerde richting van de controller, of defecte mechanische vergrendeling.Controleer de controller en stel de contacten af.
Storing in de stroomdistributiebedradingGebruik de jump-wire-methode om de fout te lokaliseren en te verhelpen.
Bewegingsmechanisme in uiterste positie, eindschakelaar geactiveerdKan slechts in één richting rennen — normaal gedrag
Eindschakelaar defectControleer de eindschakelaar en verhelp de storing.

6. Eindschakelaar geactiveerd → Hoofdcontactor ontkoppelt niet

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Onderbreking in het circuit van de eindschakelaarInspecteer en repareer onderbrekingen in het circuit.
De bedrading naar de controller is verkeerd aangesloten.Correcte bedrading

7. Controller teruggezet naar Uit → Hoofdcontactor laat niet los

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Defect vergrendelingsmechanismeReparatievergrendeling
Contacten vast in de boogontladingsgootPas de contactpositie aan.

8. Bedieningshendel vastgelopen tijdens gebruik

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Defect vergrendelingsmechanismeStel de vergrendelingsdruk in.
Contacten aan elkaar gelastBestandscontacten opschonen

9. Generator start niet (voor kraan met ingebouwde generator)

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Excitatiecircuit openControleer het bekrachtigingscircuit.
Generator draait in de tegenovergestelde richting.Wissel de twee fasen van de rotorbedrading van het aandrijfcircuit om.

10. Stroomuitval, maar de contactor van de beveiligingskast schakelt niet uit (stuurcircuit is spanningsloos)

Mogelijke oorzaakCorrigerende maatregelen
Aarding of kortsluiting ergens in het stuurcircuitLokaliseer en elimineer
Contactorcontacten vastgelast — hoofdcircuit blijft onder spanning staanBewaar beschadigde contacten om het juiste contact te herstellen.

Snelle diagnoseprocedure voor elektrische problemen met bovenloopkranen

Volg bij het oplossen van elektrische storingen deze stappen voordat u een paneel opent:

Snelle diagnoseprocedure voor elektrische problemen met bovenloopkranen

Handleiding voor het vervangen versus repareren van elektrische componenten van kranen

componentVervangenReparatie mogelijk
Motor met doorgebrande wikkeling
Motor met alleen lagerslijtage✓ Lager vervangen
Verbrande/gelaste contactorcontacten✓ (indien ernstig)✓ Vijlen en schoonmaken (kleine klusjes)
Verbrande slipring✓ Machinaal en polijsten
Beschadigde gelijkrichtereenheid
Doorgebrande zekering— (eerst de oorzaak vaststellen)
Vastgelopen/geblokkeerde elektromagneet✓ Reinigen en smeren
Lekkende hydraulische stuwcilinder
Foutief uitgelijnde eindschakelaar✓ Positie aanpassen
Gelaste hoofdcontactoren

Preventief onderhoud van elektrische systemen van bovenloopkranen

Het voorkomen van storingen in het elektrische systeem van bovenloopkranen is aanzienlijk kosteneffectiever dan noodstilstand of vervanging van onderdelen. Een gestructureerd onderhoudsprogramma voor de elektrische installatie kan onverwachte stilstand verminderen, de veiligheid van de kraan verbeteren en de levensduur van de apparatuur verlengen.

Controleer de elektrische aansluitingen regelmatig.

Losse aansluitingen, beschadigde geleiders en slechte aarding behoren tot de meest voorkomende oorzaken van elektrische storingen bij bovenloopkranen. Elektrische panelen, geleidersystemen en klemmenblokken moeten periodiek worden geïnspecteerd.

Motortemperatuur bewaken

Oververhitting van de motor is een belangrijke oorzaak van motorstoringen bij kranen. Operators moeten letten op temperatuurstijgingen, ongebruikelijke geuren, trillingen en stroomverbruik om abnormale bedrijfsomstandigheden vroegtijdig te signaleren.

Controleer contactoren en relais

Door frequent schakelen slijten de contactoppervlakken. Verbrande of vastgelaste contacten kunnen leiden tot intermitterende storingen of een volledige stroomuitval.

Test eindschakelaars en veiligheidsvoorzieningen

Defecte eindschakelaars veroorzaken vaak onverwachte stop- of richtingsproblemen. Veiligheidsvergrendelingen, noodstopsystemen en eindschakelaars moeten regelmatig worden getest.

Volg de geplande elektrische inspecties op.

Regelmatig elektrisch onderhoud aan bovenloopkranen moet onder andere bestaan uit het testen van de isolatieweerstand, het controleren van het stuurcircuit, het inspecteren van de geleiderail en het controleren van het remsysteem.

Heeft u deskundige ondersteuning nodig bij storingen in het elektrische systeem van uw bovenloopkraan?

Bij KUANGSHAN CRANE bieden we complete elektrische oplossingen voor bovenloopkranen, waaronder motoren, frequentieomvormers, bedieningspanelen, stroomrails, eindschakelaars en complete elektrificatiepakketten voor kranen.

Heeft u te maken met terugkerende storingen in het elektrische systeem van uw bovenloopkraan? Ons engineeringteam kan u helpen bij het diagnosticeren van defecten, het aanbevelen van vervangende onderdelen en het ondersteunen van upgrades van het elektrische systeem voor verbeterde betrouwbaarheid en prestaties.

Kristal
kristal
Kraan OEM-expert

Met 8 jaar ervaring in het aanpassen van hijsapparatuur, heb ik meer dan 10.000 klanten geholpen met hun pre-sales vragen en zorgen. Als u gerelateerde behoeften heeft, neem dan gerust contact met mij op!

Whatsappen: +86 199 1373 9708
LABELS: Storingen in het elektrische systeem van bovenloopkranen
Nederlands
English Español Português do Brasil Русский Français Deutsch 日本語 한국어 العربية Italiano Svenska Polski ไทย Türkçe हिन्दी Bahasa Indonesia Bahasa Melayu Tiếng Việt 简体中文 বাংলা فارسی Pilipino اردو Українська Čeština Беларуская мова Kiswahili Dansk Norsk Ελληνικά Nederlands